Op bezoek bij het LGBT-Center in Princeton

Leestijd: 4 minuten

IMG_2248

Het is al weer bijna een jaar geleden dat ik voor ruim een maand naar Princeton ging om een goede vriendin die daar aan de universiteit doceert te bezoeken. Deze prestigieuze Ivy League universiteit in New Jersey en de gelijknamige plaats is naar stadhouder-koning Willem III van Oranje-Nassau vernoemd. Dat kun je terugzien aan het oranje in de kleuren van de universiteit en de naam van het hoofdgebouw van de universiteit: Nassau Hall (gevestigd aan de Nassaustraat).

Tijdens mijn verblijf bezocht ik, in voorbereiding op mijn taken als bestuurslid van COC Leiden, het LGBT-Center van Princeton University.  Ik was wel benieuwd naar de faciliteiten voor lesbische, homo-, biseksuele en transgender (LHBT/LGBT) studenten. Op Amerikaanse universiteiten, zo vermoedde ik, is het nog steeds lastiger uit de kast komen dan in Nederland.

Hoewel er in de afgelopen twintig jaar natuurlijk enorme vooruitgang is geboekt, met als hoogtepunt de uitspraak van het Hooggerechtshof afgelopen juni, is de Verenigde Staten een veel conservatiever land als het aankomt op (homo)seksualiteit. De strijd van een ambtenaar in Kentucky om geen huwelijken van het gelijke geslacht te hoeven sluiten en het Hooggerechtshof van Alabama dat gisteren nog besloot de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof (SCOTUS) naast zich neer te leggen en verordonneerde dit soort huwelijken niet te sluiten zijn er goede voorbeelden van.

Princeton is als universiteitsstad aan de Amerikaanse oostkust overigens behoorlijk progressief. Toch merkte ik tijdens mijn bezoek aan het LGBT-Center terughoudendheid om bijvoorbeeld mensen in het Center op de foto te zetten. Vandaar de uitgestorven foto’s terwijl het er een komen en gaan van studenten was die voor een praatje, koffie of advies langskwamen.

Ik sprak met Andy Cofino die als een van twee medewerkers het LGBT-Center draaiende houdt en studenten, docenten en medewerkers ondersteunt met het organiseren van activiteiten zoals lezingen, symposia of sociale bijeenkomsten. De dagelijkse koffie, etentjes en uitstapjes zijn vooral voor veel studenten een belangrijk onderdeel van hun studententijd.

Cofino vertelde me dat grote behoefte is aan dit soort opvang. Veel studenten komen pas uit de kast als ze gaan studeren, maar dat is niet altijd een volledige coming out. Vrienden en medestudenten weten hoe de vork in de steel zit maar ouders en verdere familie (nog) niet. Ook vertelde hij dat voor zwarte studenten coming out nog lastiger is. Acceptatie is, ziet hij, minder groot, zeker als de familie religieus is. Bovendien is lesbisch, homo, bi of transgender zijn voor zwarte studenten een dubbele achterstand op de overwegend witte campus van Princeton. Er moet dikwijls twee keer tegen vooroordelen worden gevochten.

Over de bijzondere ontstaansgeschiedenis van de LGBT-Center vertelt Cofino met enige trots. Het centrum is ontstaan door de inspanning van twee vrouwelijke professoren. Shirley Tilghman, de rector van Princeton en Sue Anne Steffey Morrow, de vice-decaan van de Office of Religious Life (ORL). Vooral de inspanning vanuit de ORL wordt door velen gezien als bijzonder omdat er vaak religieuze weerstand is tegen LGBT-rechten. Toch werd vanuit de ORL de behoefte bij studenten gevoeld om ook als LGBT-studenten samen te komen. De oorsprong typeert volgens Cofino de sfeer binnen de LGBT-Center: een organisatie die iedereen accepteert en een thuis wil bieden of ze nou lesbisch, homo, biseksueel, transgender, aseksueel, queer, questioning, intersex of iets anders zijn. Cofino is er van overtuigd dat studenten beter presteren in hun studie omdat zij in staat zijn zich zelf te zijn en te uiten in een veilige omgeving. Het vergroot hun zelfvertrouwen en stelt ze in staat bewust keuzes te maken.

Het LGBT-Center is een van de vele plekken op de campus van Princeton waar studenten samenkomen. Tijdens het gesprek vraag ik me af of de Diversity Office van de Leidse Universiteit een soortgelijke rol zou moeten spelen. Naast vraagbaak een plek waar LGBT-studenten elkaar kunnen ontmoeten. Mijn conclusie is dat in Leiden studenten zich toch op een andere manier verhouden tot hun universiteit. De meeste studenten in Leiden organiseren hun leven zonder toestemming of goedkeuring van de universiteit. Studenten- en studieverenigingen zijn redelijk onafhankelijk en ook de LGBT-studenten en -docenten hebben zichzelf verenigd in de Leiden University Pride. Daar hadden ze geen universitaire goedkeuring voor nodig. Het is ook de plek waar buitenlandse studenten (die mogelijk wel meer behoefte hebben aan een universitaire club) goed terecht kunnen.

Welke rol zou COC Leiden moeten spelen in de opvang van LGBT-studenten? Het was natuurlijk een voordehandliggende vraag Hebben zij behoefte aan een aparte vereniging naast hun andere verenigingen en de Leiden University Pride? Nu een jaar later kan ik de vraag positief beantwoorden: die behoefte bestaat wel. Onze uitdaging als bestuur is de studenten weer terug te krijgen naar ons pand (De Kroon). In de afgelopen jaren is voor veel LGBT-studenten COC Leiden onbekend geraakt. Aan ons de schone taak om deze studenten weer aan ons te binden: als bezoeker, als vrijwilliger en natuurlijk als lid. Dan kunnen we net als het LGBT-Center in Princeton een thuis zijn waar je als LGBT-er je kunt vermaken, ontplooien en waar je een verschil kunt maken.

Terug naar boven
%d bloggers liken dit: